In het oog van de orkaan

zomergastengedachten – Glenn de Randamie

Inspiratie, het blijft een ongrijpbaar ding. Als één van mijn lievelingswoorden en meest gewaardeerde ervaring zou je zeggen dat ik het ken, het gevoel, en de muze weet op te roepen wanneer ik haar nodig heb. Maar het ding blijkt iets vluchtigs, het vlucht weg wanneer je er naar zoekt en kruipt langzaam op je schoot als je niet om haar gevraagd hebt. Een wind die je wordt toegezonden, een inblazing (letterlijk: in-spirare). Het is dus ook niet vreemd dat Glenn de Randamie, muzikantennaam Typhoon, het “chillen met God” noemt, de bosbaden die hij neemt waarin de inspiratie tot hem komt voor zijn muziek, of beter: zijn teksten.

In het bos kwam de muziek binnen voor Glenn, in een omgeving die hij omschreef als “gewoon het ‘zijn’”. Het bos is, afgezien van een magische plek, bij uitstek een ruimte devoid of – een afwezigheid van de stad, de mensen, de dingen, waarin de diepere geluiden tot je kunnen komen. Stilte en ruimte, dat waren mijns inziens de kernwoorden van deze zomergastenavond. Glenn legde het uit aan de hand van een fragment uit de film Copying Beethoven, waarin Beethoven uitlegt hoe muziek tot hem komt. Inspiratie is voor hem ook vrij letterlijk: muziek zijn “trillingen in de lucht, de adem van God”. Muziek stroomt en groeit, maar heeft daarvoor de stilte nodig. Beethoven moet “de stilte in zichzelf horen, om de muziek te horen”. Hij zegt in de film,

“If the silence envelops you, then your soul can sing.”

De ‘boswachter van de hiphop’, zoals Janine hem noemde, ziet inspiratie in de ruimte tussen dingen. Hij verwees naar de Ayurveda, waarin wordt gezegd dat geluk tussen twee gedachten in zit. En zo zit inspiratie tussen het geluid, tussen de muziek – en in de tussenruimte van het drukke leven: het bos, de plek van de stilte. Glenn sprak van de “weidsheid die hij aan zijn creativiteit kan geven”, in “geloven in iets wat je niet ziet” (aka: de ruimte ertussen, de stilte ertussen). En terwijl hij sprak dacht ik, dat het ook eng is om die ruimte op te zoeken, de stilte je te laten omhullen om tot jezelf te komen en je ziel te kunnen laten zingen.

En dat is het punt, want inspiratie is verweven met identiteit – met wie je bent. Glenn zei: “In mijn tekstuele belevingswereld kan ik zijn wie ik totaal ben”. Dat klinkt prachtig, bevrijdend. Het waren woorden die vaak terug kwamen die avond, onder andere in “hiphop is the courage for you to be you” en in “Ik ben Glenn de Randamie, ik wil zijn wie ik ben.”
Het is ook moeilijk, zijn wie je bent. Je ziet het in de raakvlakken van hiphop met het protest, want als het niet lukt jezelf te zijn ga je de straat op. Of je haalt uit, zoals het personage Holmfrid die gepest wordt met ‘de dikke’ in de film over het zangkoor As It Is In Heaven. Het is de gevechtsdans in Billy Eliot, waarin Billy niet wil dansen maar wel móet dansen want dat is wie hij is. Het creatieproces, zowel van jouw artistieke uiting als van jezelf, is een heen en weer “tussen God en de gootsteen” zoals Glenn het verwoordde. Becoming, want daar hebben we het over, is een worsteling die een dans kan worden en het nemen van de ruimte om ongemak te onderzoeken.

Maar de zoektocht naar inspiratie en het ‘creëren van nieuwe taal’, de keuze van artistieke uiting van Glenn, is niet alleen een bevrijdend gevecht. Billy vecht om de ruimte te krijgen te zijn wie hij is, hij wil méér zijn dan wat hij mag van de sociale omgeving. Andersom kan echter ook, dat je denkt méér te moeten zijn dan wie je bent. Dan kom je bij de ‘overcompensatie’ en de burn-out die Glenn ook heeft gehad, tweemaal zelfs. Hij vertelde dat bij opgroeien, bij ‘het verlies van het jongetje’ (Peter Pan), je onschuld kwijtraakt en muren bouwt. De burn-out liet “het failliet van de muurtjes” zien. Deze metafoor is typisch voor de avond. Met muren baken je plekken af, je omkadert en verlies een gevoel van ruimte. Muren definiëren het ruimtelijk potentieel en begrenzen daarom niet alleen jezelf in jouw zijn, maar ook de inspiratie. Want, zei Glenn, “als mijn woorden niet uit vrijheid zijn gekomen dan leven ze niet voor mij”. Zijn burn-out zorgde ervoor dat Glenn zijn “beeld van vrijheid moest herdefiniëren”. Veel meer moeten zijn dan wie je bent, dat is geen vrijheid.
Hij vertelde dat hij zich na afloop van zijn burn-out opnieuw had laten dopen. Hij omschreef deze ervaring als een moment dat zijn hart open ging, hij meer zag, verbanden zag, meer rust ervaarde en het gevoel meer thuis te zijn. Oftewel, de doop was als een bosbad van inspiratie. Glenn liet een scène zien uit de film The Human Contract, waarin het hoofdpersonage zegt dat hij zich realiseerde dat hetgeen wat hij het liefst wilde in het leven, “right in front of [him]” was. Hoewel geen vernieuwende zin of gedachte, wijst het ons wel op de waarheid, als ik zo’n groot woord durf te gebruiken. Wil je je artistiek uiten, dan moet je de “inspiratie claimen” zoals ook werd gezegd tijdens deze zomergastenavond. En artistieke uiting gaat nooit alleen, samen met haar komt zijn wie je bent. Niet minder niet meer dan dat. En daarvoor heb je “geen angst voor de ruimte” nodig, de ruimte waar inspiratie tot je komt.

Inspiratie, dat ongrijpbare, vluchtige, datgeen wat ons maakt wie we zijn, word je ingeblazen in de ruimte tussen de dingen. In de stilte, wanneer je aan “het chillen bent met God”, alleen met jezelf in stilte omhult. Inspiratie volgt uit de vrijheid van identiteit. Niet wanneer je de wervelwind bent die anderen raakt, nee. Inspiratie komt in het oog van de orkaan.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s